Ondernemingsrecht
Digitale communicatie als bewijs: whatsapp of e-mail als bewijs in de rechtbank?
24 maart, 2026
Inleiding
De (Nederlandstalige) Ondernemingsrechtbank te Brussel oordeelde in een uitspraak van 2 september 2025 dat een “duim omhoog” emoticon (opgenomen in een e-mail) op basis van concrete feitelijke omstandigheden kan worden beschouwd als een aanvaarding van een aanbod, waardoor een overeenkomst tot stand kwam. In deze specifieke zaak had de verwerende partij immers betwist dat een overeenkomst bestond die geldig en bindend is voor de partijen. De rechtbank veegde dit argument evenwel van tafel door dus te stellen dat een “duim omhoog” emoticon, die volgens deze rechtbank “ok” of “in orde” betekent, in de concrete omstandigheden niet anders kon beschouwd worden dan een aanvaarding van een aanbod. De verwerende partij werd finaal ook veroordeeld tot het betalen van een geldsom (Orb. Brussel (Nl.) (5e k.) 2 september 2025, A/2024/02801).
Dit oordeel van de rechtbank doet vragen rijzen omtrent het belang en de rol van digitale communicatie (per e-mail, Whatsapp of andere sociale media) als bewijs in de rechtbank ter gelegenheid van een gerechtelijke procedure. Deze uitspraak vormt dan ook een goede aanleiding om de algemene principes omtrent bewijs en de wisselwerking met de digitale vormen van communicatie onder de loep te nemen. In deze blog wordt daaraan aandacht besteed.
Wat zijn de algemene principes van het bewijsrecht?
De algemene regel is dat het bewijs met alle bewijsmiddelen kan worden geleverd. Anders gezegd: de wijze waarop iets wordt bewezen, is in principe vrij en kan dus op alle mogelijke manieren gebeuren. Uitzondering bestaat voor handelingen met een waarde die gelijk aan of hoger is dan 3.500,00 euro. Zij moeten bewezen worden via een ondertekend geschrift, zoals een overeenkomst[1].
Voor het bewijs door en tegen ondernemingen geldt dan weer een vrijheid van bewijs (dus bewijs kan op alle mogelijke wijzen geleverd worden), behalve wettelijke uitzonderingen.
Wat zegt het bewijsrecht over digitale communicatie?
Het is evident dat wanneer het bewijs vrij kan geleverd worden (en dus met alle mogelijke bewijsmiddelen), dit ook geldt voor digitale communicaties. Digitaal verzonden berichten kunnen dus zonder meer dienen als bewijs in de rechtbank.
Wanneer volgens de wet een “geschrift” is vereist, betekent dit iedere vorm van geschrift, opgemaakt op om het even welke drager. Ze omvat dus zowel het traditionele geschrift op papier als de digitale vormen voor zover zij begrijpelijk zijn en een bepaalde duurzaamheid vertonen. Digitale communicatie kan dus een geschrift zijn en dienen als bewijs wanneer een geschrift volgens de wet nodig zou zijn om het bewijs te leveren.
Whatsappberichten of e-mails als bewijs?
In een gerechtelijke procedure zullen mensen trachten zo veel als mogelijk bewijs aan de rechtbank voor te leggen van wat zij beweren. Immers, hoe meer bewijselementen aan de rechtbank worden voorgelegd, hoe groter de kans dat de rechtbank iets bewezen acht. In die optiek worden e-mails of Whatsappberichten vaak niet als enig bewijsstuk voorgelegd en worden zij samen met andere informatie of bewijsmiddelen beoordeeld.
Veelal zullen dergelijke berichten dienen als aanvullend bewijs eerder dan het uitsluitend bewijs. De rechtbanken spreken dan vaak van een “begin van bewijs door geschrift”, of elk geschrift (dat uitgaat van hij/zij die iets betwist) waarmee het beweerde feit waarschijnlijk wordt gemaakt. Dergelijk bewijs wordt dan aangevuld met andere bewijsmiddelen, wat in combinatie dan leidt tot een volwaardig (en afdoende) bewijs.
Bovenstaande is evenwel niet noodzakelijk. Soms kunnen loutere Whatsappberichten het bewijs leveren, bijvoorbeeld indien ze een (buitengerechtelijke) bekentenis inhouden. Een dergelijke bekentenis levert het volledig bewijs op tegen degene die de betekenis deed (via bijvoorbeeld Whatsapp).
Wat oordeelden rechtbanken eerder?
Dat Whatsappcommunicaties een beslissende rol kunnen spelen in een proces, bewijzen diverse rechterlijke uitspraken, die louter bij wijze van voorbeeld worden weergegeven.
In een arrest van 25 juli 2023 oordeelde het Hof van beroep te Antwerpen dat tussen twee gewezen wettelijk samenwonende echtgenoten een (geldige) overeenkomst bestond over de verdeling van een onroerend goed. Het Hof verwees daarvoor naar de tussen de vrouw en man gedane Whatsappberichten (als begin van bewijs door geschrift), aangevuld met een e-mail van de notaris aan beiden met een mededeling van een ontwerpakte. Het Hof oordeelde op basis hiervan dat de man het voorstel van de vrouw had aanvaard en dat op die manier een volwaardige/geldige overeenkomst was ontstaan (Antwerpen 25 juli 2023, nr. 2022/FA/618).
In een arrest van 28 juni 2021 oordeelde datzelfde Hof van beroep te Antwerpen dat in het kader van een lening(overeenkomst) de schuld en terugbetalingsverplichting van de lener bewezen zijn aan de hand van Whatsapp- en/of sms-berichten waarin de betrokkene o.a. aangaf welk maandelijks bedrag zou worden afbetaald en vanaf wanneer. Het Hof was van mening dat de berichten van de persoon in kwestie een bekentenis waren.
Conclusie
Digitale communicatie (zoals Whatsapp of sms-berichten) kunnen dienen als een bewijs, hetzij als ondersteunend bewijs, hetzij als volwaardig bewijs (afhankelijk van de feitelijke context en omstandigheden van een geschil). Het is dus ook in het kader van op het eerste gezicht onschuldige online communicatie aangewezen om voorzichtig te communiceren, en in het achterhoofd te houden dat ook die berichten mogelijks als bewijs tegen u kunnen worden gebruikt. Uiteraard geldt dit ook in de omgekeerde richting, waarbij u de berichten van een gesprekspartner mogelijks kan gebruiken in een rechtbank. Zelfs een gebruik van emoticons kan leiden tot een veroordeling, zoals reeds is gebleken.
FAQ
Kunnen Whatsappberichten als bewijs dienen in de rechtbank?
Ja, afhankelijk van de concrete omstandigheden als ondersteunend of uitsluitend bewijs.
Is digitale communicatie voldoende als enig bewijs in een rechtszaak?
Soms wel, maar veelal wordt het gebruikt als aanvullend bewijs.
Kunnen emoticons bewijs vormen?
Ja, afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geschil.
[1] Uitzondering op de uitzondering is dan weer de eenzijdige rechtshandeling, die mag bewezen worden met alle bewijsmiddelen (dus opnieuw een vrij bewijs).